Stichting AED De Lutte-Zuid

Hart voor elkaar!

AED Informatie

Wat is een AED?aed 250

Een automatische externe defibrillator (afgekort met AED) is een draagbaar toestel dat wordt gebruikt bij een persoon met een circulatiestilstand, waardoor op een geautomatiseerde manier een elektrische schok wordt toegediend, met als doel het hart weer in een normaal ritme te brengen.

Wat is een AED niet?

Een AED wordt geheel ten onrechte regelmatig een hartmassageapparaat genoemd. Een AED geeft echter een elektrische schok en geen hartmassages. Een handmatig hartmassageapparaat is een geheel ander reanimatiehulpmiddel. Bij een persoon met een circulatiestilstand is het toedienen van hartmassage door de hulpverlener van levensbelang, ook als een AED tijdens de reanimatie wordt ingezet. Als een schok gaat worden toegediend door of met behulp van de AED, moet volgens de instructies van de AED afstand worden gehouden, en wordt er even niet gemasseerd.

Niet iedere defibrillator is een AED

Defibrillatoren waarbij het hartritme te zien is op een beeldscherm en er zonder automatische analyse gedefibrilleerd kan worden, vallen (in Nederland) niet onder de Automatische Externe Defibrillatoren.

Werking

Een AED bestaat onder andere uit een computer en elektroden. De elektroden verzamelen informatie over het ritme van het hart. Deze informatie wordt door de computer geïnterpreteerd. Als er sprake is van ventrikelfibrillatie of ventrikeltachycardie, adviseert de computer een schok om het hart te defibrilleren. Met toediening van de elektrische schok wordt getracht hartspierweefsel te ontladen, om zo de sinusknoop weer de kans te geven de controle over het hartritme terug te krijgen, waardoor het hart weer in een normaal ritme gaat kloppen.

Toepassing

Bij personen met een circulatiestilstand, is het van belang dit zo snel mogelijk te herkennen en zo snel mogelijk hulp te bieden. Deze hulp wordt de keten van overleven genoemd en bestaat uit:

  • zo spoedig mogelijk alarmeren via 1-1-2;
  • zo spoedig mogelijk starten met Basic Life Support (hartmassage en beademing);
  • zo spoedig mogelijk een AED inzetten (zo nodig defibrilleren);
  • zo spoedig mogelijk Advanced Life Support (uitgebreide medische hulp) verlenen.

Doordat een AED een eenvoudig te bedienen automatisch toestel is, is het nu mogelijk dat defibrilleren niet uitsluitend door de professionele hulpverleners kan worden uitgevoerd, maar ook door andere (opgeleide) personen. Op een AED zitten meestal slechts twee knoppen. Eén om het toestel in te schakelen en één om een schok toe te dienen. Bij volautomatische AED's ontbreekt deze laatste knop. Na het aanzetten zal het toestel de hulpverlener door middel van gesproken instructies begeleiden. Het zal de hulpverlener vragen om de elektroden op de borst van het slachtoffer te plakken en het zal nadien automatisch een analyse van het hartritme maken. Stelt het toestel vast dat er sprake is van ventrikelfibrilleren of ventrikeltachycardie, dan zal een elektrische schok worden geadviseerd of automatisch worden toegediend. Vervolgens gaat men weer door met hartmassage en beademen (Basic Life Support).